Inleiding
Licht of ernstig broddelen komt vaker voor dan stotteren, vaak als mengvrom. Bij 40 tot 60 % van cliënten met vloeiendheidstoornissen is een broddelcompenent aan te wijzen. Verborgen achter stottergedrag kunnen de broddelaspecten te weinig aandacht krijgen. Dit kan nadelig zijn voor het behandelresultaat.
Indien bij stotteren zich een grote broddelcomponent manifesteert kan anders met de vier ‘stottercomponenten’ van Stournaras, met name de verbaal-motorische, worden omgegaan dan bij zuiver stotteren.
Deze cursus richt zich op de differentiaaldiagnose stotteren/broddelen die zich tijdens een diagnostisch oefentraject (assessment) openbaart. Voorts worden behandelstrategieën geoefend voor de mengvorm stotteren/broddelen. Naast nieuwe technieken wordt een aantal bekende technieken anders ingezet.
Doelgroep
logopedisten
Inhoud
Tijdens de cursus komt het volgende aan bod:
- relatie met andere (spraak)stoornissen, differentiaaldiagnostiek
- assessment - technieken
- behandelstrategieën
- technieken voor transfer en stabilisatie, ondersteund met digitale middelen
- er wordt zo veel mogelijk gewerkt met zelf in te brengen casussen
Werkwijze
één hoorcollege, werkcolleges, uitwerken van casussen
Literatuur
‘Broddelen, een (on)begrepen stoornis’ van Yvonne van Zaalen en Coen Winkelman, Coutinho, Bussum 2009. ISBN 078 90 469 01458





