Inleiding
De therapie voor woordvindingsproblemen neemt een centrale plaats in de afasietherapie in. Veelal ligt de nadruk daarbij op semantische oefeningen. Op basis van de uitstekende overzichten van L. Nickels (2000, 2002) worden theoretische achtergronden en klinische consequenties besproken. ’s Middags is er aandacht voor het kritisch bespreken van bestaand therapiemateriaal en voor het aanmaken van extra oefeningen toegespitst op een individuele cliënt.
Na afloop van de cursus bent u in staat om een therapie voor woordvinding theoretisch te verantwoorden en uit te voeren.
Doelgroep
logopedisten die cliënten met neurologische taalstoornissen behandelen

