Communicatiespecialist of natuurfluisteraar

amandacooiman

Communicatiespecialist of natuurfluisteraar

Met dit heerlijke weer trekken wij er regelmatig op uit, naar het bos. Al jaren geniet ik van de frisse bosgeur, de krakende takjes onder mijn voeten, de ritselende bladeren boven mijn hoofd en liefst ook de zon die tussen de boomtoppen door een byzonder licht werpt op mijn omgeving.

Harvey volgt zijn neus, zijn lange staart wild heen en weer zwaaiend. Ik hoef hem niet te zeggen welke kant ik opga, zonder dat ik het doorheb houdt hij mij blijkbaar in de gaten, want we komen altijd weer samen bij de auto terug. Wat een luxe zo met z’n tweetjes.

En nu met z’n drietjes waarbij mijn zoontje heerlijk zelf door het bos drentelt, dennenappels opraapt en met een luid: “Hátthie” ze richting Harvey’s neus gooit.

Al wandelend viel mijn oog laatst op een boomstronk, afgezaagd tot net boven de grond. Een doorsnede van zo’n 50cm, wat me melancholisch deed denken aan hoe oud, lang en groot deze boom moest zijn geweest. Tot hij dus werd omgezaagd, weg al het moois…

Echter, rondom de stronk stonden diverse nieuwe scheuten fier rechtop, hier en daar een blaadje. Deze boom was dan misschien wel ziek en moest wijken, de boom zelf had blijkbaar andere plannen. De scheuten leken uit te drukken, dat deze boom niet klein te krijgen was.

De aanblik van die stronk met jonge scheuten, deed me denken aan situaties waarin wij als mensen tegenslag ervaren, als je het gevoel hebt dat je met de grond gelijk gemaakt wordt, of als je onderuit gehaald wordt, door iemand, of een (plotselinge) ziekte.
Laat je je dan klein krijgen? Hoe lang blijf je treuren, voel je je slachtoffer? Of hervind je je kracht om opnieuw op te bloeien? En waar haal jij dan je inspiratie vandaan? Je moed? En wat laat je dan opnieuw ontluiken? Wellicht beperkt door een handicap zou het zo maar kunnen dat tot dan toe verborgen kwaliteiten aan het licht komen!

Al filosoferend moet ik inwendig lachen. De column ‘Boodschap van een zwanenfamilie’ schiet me te binnen. En de oefening in wandelcoaching tijdens mijn laatste opleidingsdag. Ben ik nou in gesprek met de natuur? Zo eenvoudig gaat dat dus, iets wat mijn aandacht trekt, zet me aan het denken. Is dat wat mensen zo zweverig vinden, ‘boomknuffelarij’?

Enkele dagen later, surf ik over het internet en kom de volgende spreuk tegen:

When you talk with nature
Nature will talk to you

Ik heb het inderdaad zelf ervaren en voor mij bewijst het maar weer dat we non-stop communiceren. Met mensen, met onszelf. Net als Winnie de Poeh: ‘I am rumbly in my tumbly’. Met je kinderen, met huisdieren (zittend bij de deur is het overduidelijk dat die open moet). En dus ook met de natuur.
En allemaal, voor het grootste deel zonder woorden!

Hoe zou het zijn als we kinderen met een taalontwikkelingsachterstand, afatici of dementerende mensen eens zonder verbale taal zouden benaderen? Wat zou er gebeuren als wij onze verbale mogelijkheden even niet zouden benutten in gesprek met hen, maar onze aandacht richten op kijken en (in)voelen? Zijn we dan nog wel zo verschillend? Hoe groot is dan het gemis van de woorden ? Zouden ze zich meer begrepen voelen en minder afwijkend of misschien zelfs minder eenzaam? Wat wordt er dan ‘gezegd’?

Of zijn we zo gehecht aan onze woorden, vertrouwd met ons gepeupel  en wellicht te aards dat het te eng is om dit los te laten?


Amanda Cooiman-Sakkers

Commentaar (0)Add Comment

Schrijf commentaar
kleiner | groter

security code
Schrijf de volgende tekens


busy