|

‘Een sprankelend boeket'
Als ik de zaal op loop, sta ik midden in een heerlijk geurende bloemenzee. Waar ik mijn blikveld ook heen richt, minstens twee bossen rijk gekleurde boeketten maken er deel van uit. De patiënte waar ik voor kom, wordt door een verpleegkundige net de zaal ingereden. Alle bossen bloemen blijken van haar. Gekleed in een met bloemen bedrukte zijden ochtendjas, laat ze bescheiden lachend blijken dat ze er zelf ook door verrast is. Met dankbaarheid in haar ogen vertelt ze dat ze van haar kinderen en kleinkinderen zijn.
Ik ga naast haar zitten en vraag haar hoe haar ‘huiswerk’ tot nog toe lukt. Monter, maar met een duidelijke dysartrische spraak, verteld ze dat ze de oefeningen verschillende keren per dag doet en er zelfs nog enkele heeft bij verzonnen. Samen nemen we ze door. Ze voert ze prima uit. Ik laat haar weten dat ik het bijzonder vind dat ze zich zo inzet, in tegenstelling tot menig ander patiënt. Vervolgens vraagt ze mijn mening over haar facialisparese. Verontschuldigend noemt ze dat haar gezicht eigenlijk nooit symmetrisch was. Lachend voegt ze eraan toe dat het er wellicht beter op is geworden. Een gesprekje volgt over hoe de communicatie verder verloopt. Ze doet goed haar best om verstaanbaar te spreken, bij lange zinnen moet ik moeite doen om haar nog te verstaan. Dan ondervindt ze hinder van haar paretische wang en mondhoek doordat die niet goed mee wil en er speeksel uit dreigt te lopen. Ze vertelt openhartig hoe het haar moeite kost hulp te aanvaarden. En dat het haar opvalt dat wanneer ze iets leest, ze niet meer zo snel echt begrijpt wat ze leest. Als ik noem dat ik dat verder zal onderzoeken vraagt ze verwonderd of ik daar iets aan kan doen. Op mijn bevestigende antwoord, kijkt ze verrast en laat me weten dat ze daar dan graag aan wil werken.
Terwijl het gesprek vordert schiet me plotseling te binnen dat deze mevrouw één-en-negentig jaar oud is. Ik luister verder naar haar heldere stem, die haar gedachten, voortkomend uit een zo mogelijk nog heldere geest, verwoordt. Ik ben verbaasd over de hoeveelheid energie en levenslust die ze uitstraalt. Ik kan het niet nalaten te zeggen dat ik het een bijzonder gesprek vind. Ik besluit de logopedie even te laten voor wat die is en gewoon een gesprek van mens tot mens hebben.
Dan noemt ze dat ze het nodige heeft meegemaakt. Ze vertelt dat ze niet meer kan huilen, de tranen zijn op. Haar kinderen grootgebracht, haar man intensief verzorgt en verloren, zelf ernstig ziek geweest. Met een guitige blik in haar ogen vertelt ze erbij dat ze via het reguliere medische circuit niet zou genezen. Via de hobby van haar man, kwam ze erachter dat ze mogelijk baat zou hebben bij een stof uit de bijenkorf. En zowaar, het hielp haar. Haar arts deed het natuurlijk af als bijgeloof. Maar nu die klachten weer opspelen, is ze voornemens het zeker weer te proberen!
Niet zozeer wat ze zegt, als wel wat ze uitstraalt intrigeert me. Wat een mooi mens, wat een byzonder moment. Helaas moet ik verder. Ik bedank haar voor dit fijne gesprek en zeg dat ik dankbaar ben haar ontmoet te hebben.Ze geeft me een zachte handdruk en kijkt me warm aan.
Terwijl ik deze column schrijf, voel ik spijt, spijt dat ik haar niet gevraagd heb naar wat volgens haar de zin van het leven is. Want als je zo helder, zo sprankelend en 91 jaar bent, dan heb je de zin van het leven volgens mij geleefd!
Ik besluit haar deze column op te sturen. Nogmaals bedankt, lieve mevrouw, heb het goed.
Als laatste borrelt er nog een spreuk bij me naar boven:
Gather honey all the day From every opening flower
Amanda Cooiman-Sakkers
 |