Perfectionisme is een eigenschap waar velen mee behept zijn. Zo ook in mijn praktijk kom ik regelmatig mensen tegen die perfectionistisch zijn en daar last van hebben. Door hun drang om alles wat zij doen in hun ogen zo perfect mogelijk te doen zien zij niet meer wat zij reeds bereikt hebben en wat goed loopt.
Wanneer dit doorslaat naar ongezond denken en daarmee vervelende emoties en ongewenst gedrag is het onze taak dit om te buigen naar rationeel denken, voelen en doen. Dit alles natuurlijk binnen het kader van de logopedie, gerelateerd aan de klacht waarmee de mensen bij ons komen.
Perfectionisten zijn vaak mensen met een typische ‘half leeg-visie’: er is altijd iets te verbeteren. Op zich natuurlijk niet verkeerd, want het brengt je vooruit in het leven. Wanneer ik verhalen lees van mensen met een ‘half vol-instelling’ bedenk ik me soms hoe heerlijk het zou zijn om zo in het leven te staan. Dan lijkt het me prettig om vooral tevreden te zijn met wat goed gaat, zonder direct de vinger te leggen op wat beter kan. U raadt het: ook ik ben een perfectionist in hart en nieren.
Bij ‘half vol-mensen’ stel ik me vaak extroverte personen voor. Nu las ik recent een stuk van een man die schreef over extroverte versus introverte mensen. Er is een tendens in de maatschappij om vooral extrovert en verbaal sterk en aanwezig te willen zijn. Mensen die veelal onder de mensen willen zijn en andere mensen nodig hebben om zich te kunnen vermaken. De schrijver benadrukte dat er natuurlijk ook introverte mensen zullen moeten blijven om de maatschappij in balans te houden. Het mooie was dat hij introverte mensen beschreef als mensen met een rijk binnenleven, die zich prima alleen kunnen vermaken en die de rust en tijd nemen om plannen te bedenken. Plannen die nodig zijn om nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten.
Deze omschrijving deed mij deugd. Ik voelde mij gesterkt als typische denker en bedacht me dat ik helemaal niet extroverter hoef te zijn dan ik nu ben! Eigenlijk ben ik dus heel tevreden met mijn rijke innerlijke leven. Goh, begin ik toch nog ‘half vol’ te denken!
Bianca Berndsen
 |