|

Kdentenbdood
Dit weekend zijn vriend en ik uitgenodigd voor een feestje. Het is een mooie nazomerdag en het weer is goed genoeg om buiten te kunnen zitten. Nadat we de jarige hebben gefeliciteerd lopen we dan ook door naar de achtertuin. Ik plof neer in een stoel en raak in gesprek met een aantal mensen die ik nog niet eerder heb ontmoet. Nadat ik me heb voorgesteld vraagt Marieke geintreseerd:`En, wat doe jij voor werk?`
Ìk ben logopedist`antwoord ik.
‘Oh echt?’ haar ogen lichten op.
‘Ik volg een cursus Italiaans en kan de rrrrrrrr niet goed uitspreken!’
Ze doet haar best om een tongpunt-r te demonstreren, maar kan met moeite een haperende tongslag laten horen .
‘rrrrrr’ probeert ze nog eens, en met een ‘snap jij nou wat ik fout doe?’ wordt het antwoord van de expert verwacht.. Het gebeurt mij regelmatig dat ik word ‘geconsulteerd’ terwijl ik op een feestje of verjaardag ben. Hartstikke leuk, en ook een echte ijsbreker; opeens heeft een ander zijn mond al geopend en bekijk ik een tongriempje, of ik zit met mijn hand op de buik van de buurvrouw van een vriendin om uit te leggen wat de juiste ademhaling is. Adem in, adem uit…. Nader tot elkaar komen krijgt zo wel een heel letterlijke betekenis!
Gelukkig praat ik graag over mijn werk of het werk van een ander. Met juffen gaat het bijvoorbeeld over de taalontwikkeling, met collega-logopedisten belanden we vroeger of later toch weer op hetzelfde onderwerp: de logopedie. En tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik zelf laatst, toen ik een orthopeed sprak, binnen de kortste keren mijn broek had opgestroopt om hem een beter zicht te geven op mijn knie. Ik hoor het me nog zeggen: ‘Ja, twee jaar geleden had ik gescheurde kruisbanden en heb hiervoor een kijkoperatie gehad. Wat vind je, ziet het er goed uit?’
‘Kdentenbdood, kdentenbrood, krentenbrood, is ‘ie zo goed Rianca?’ Mijn hersenspinsels worden verstoord door een hoopvol kijkende Marieke. Terwijl ik met mijn gedachten mijlenver weg was, heeft ze blijkbaar druk geoefend en zo te horen lijkt het te gaan lukken. Nadat ze nog een aantal keer het woord krentenbrood heeft laten horen gaat het gesprek over op een ander onderwerp en de rest van de avond wordt er niet meer over werk gesproken. Een aantal weken later ben ik aan het werk in het verpleeghuis, als onze basisarts aanklopt. ‘Hai, ik heb een vraagje. Ja het klinkt wat raar, maar ik zit op zangles en kan de juiste /r/ niet uitspreken. Heb jij tips voor me?’
En voordat ik het weet floept het eruit:
‘Oefen maar met kdentenbdood!’ Rianca de Boer
 |
safemeds