Moederdag 2010
Moederdag is een emotioneel beladen woord. In België heet het ‘Moederkensdag’, nóg erger. De dag waarop je als moeder in het zonnetje wordt gezet. Door je kinderen natuurlijk. Als je echtgenoot je op die dag in het zonnetje zet dwingt dat tot nadenken. Maar wat als je geen moeder bent, om wat voor reden dan ook, en het graag zou willen zijn? Of moeder bent en het, ’heimelijk’, liever niet bent. Want dit laatste, daar mag je niet openlijk voor uitkomen. Of moeder bent van twee kinderen en oma van vier kleinkinderen en er is niets afgesproken voor die dag. Zoals in mijn geval. Een mogelijkheid is op die dag zielig te gaan zitten treuren in een hoekje. Maar dat ligt niet in de aard van mijn karakter. Dus plan ik een dag naar mijn favoriete plek aan zee. In mijn hart neem ik mijn kinderen en kleinkinderen met me mee. Dan zijn we toch samen. Om half negen ’s morgens zit ik al in de trein, 1ste klas, lekker rustig, rugzakje, zonnehoed om de zon uit te dagen, niet te vergeten een grote badhanddoek, vers gebakken broodjes en een thermoskannetje met koffie in de rugzak. Het thermoskannetje, echt een mooi dingetje, ‘gekocht’ van een waardebon, gekregen voor een column. Vanaf het eerste moment voel ik me goed en vol verwachting. Vooral naar de zee. Wat is het weer een tijd geleden. Jaren. De reis duurt met de trein er naartoe twee en een half uur en ter plaatse moet ik nog acht kilometer lopen om er te komen. Heerlijk. Dit wordt afzien. Ik wandel niet zoveel de laatste tijd.
Aangekomen op de plaats van bestemming voldoet alles aan mijn verwachtingen. Alleen de zon laat zich niet uitdagen. Ik wandel langs het strand, ‘drink’ het ruisen van de golven, nooit hetzelfde en toch een ritme, ga in het windorgel staan, wil met mijn camera het geluid opvangen en net op dat moment weigert het kreng. Voel me nietig en klein in deze immense wereld. Hoor om me heen andere mensen komen en maak plaats.
Onderweg is een moeder met haar zoontje een zandkasteel aan het bouwen. Vroeger deed ik dat ook, samen met mijn broer en zus en mijn vader. Een ‘gracht’ er omheen en dan hopen dat het bij vloed stand zou houden. Ik trek mijn schoenen en sokken uit. Laat voorzichtig de golfjes over mijn voeten gaan. Koud! Maar minder koud dan ik had gedacht. Ik denk aan de Nieuwjaarsduik. Misschien toch wat voor mij! Ik vervolg mijn weg op blote voeten. Probeer mijn broekspijpen droog te houden wat niet lukt. En dan is er ineens de zon. Toch gekomen. Hoe lang wandel ik nou al? Wat is tijd. Ik spreid mijn handdoek uit en ga op het zand liggen. De lucht, de wolken, niemand om me heen. Na enige tijd vervolg ik mijn weg. Hier is ‘de trap’. De hoogste en steilste trap van Nederland. Hoe vaak heb ik die al beklommen en ben ik die afgedaald. Als ik klim durf ik niet achterom te kijken, bang dat ik duizelig wordt. Boven gekomen hoor ik een kleine zeggen: ‘papa, ik ben moe’. Een ander kind roept: ‘das Mehr!’. ‘mama, zijn dat de Zoutmeren?’, vroeg ik aan mijn moeder toen we halverwege jaren vijftig met het gezin in Zwitserland waren aan het Vierwoudstedenmeer, mijn oma bezoeken die er in de zomer een pension draaiende hield voor een Nederland touringcarbedrijf.
Mijn Moederdag. Ik heb een groet gebracht aan de grootste moeder aller tijden, de zee. En gedacht aan mijn moeder.
M.A.E. (Marianne) van der Heijden Vrijgevestigd logopedist Gendt en Herwen Dries 19 6691 AA Gendt
 |