Onlangs ben ik verhuisd
Onlangs ben ik verhuisd. Van klein naar groter. Ik had me voorgenomen vóór de verhuizing, bij het inpakken, eens goed op te ruimen. Sinds 1975 ben ik logopedist, sinds 1983 vrijgevestigd en sinds 1985 volledig zelfstandig. Nooit heb ik iets weggegooid. Mijn moeder kon –te- goed opruimen, als ik mijn vader bezoek is hij altijd bezig met archiveren. Wat dat laatste betreft denk ik dat ik op mijn vader lijk.
De verhuizing kwam dichter bij. Je raad het al. Weer kon ik niets weg doen. Het excuus dat ik ruimte genoeg in het vooruitzicht had gaf me een blij gevoel. De verhuizing zelf was minder. In de loop der jaren had ik het archief achter schotten geborgen. Boekhoudingen, patiëntendossiers, tekeningen, oude computers, van alles kwam achter die schotten vandaan en ging mee naar het nieuwe huis. Oef.
Inmiddels woon ik hier nu een klein half jaar. Op zeker moment heb ik in het voorjaar de knoop doorgehakt en veel verjaarde boekhouding en verjaarde patiëntendossiers opgestookt. Dat mag, in een oude olieton. Ik verkeer onder de bevoorrechte omstandigheid dat ik zó ruim woon dat niemand last heeft van de rook, mits de wind in de goede richting staat. En daar houd ik rekening mee.
Maar blijkbaar heb ik toch niet álles wat verjaard is opgestookt. Boeken doe ik sowieso niet weg. Die komen vaak nog van pas. Regelmatig leen ik een patiënt of ouder een boek uit betreffende een onderwerp dat van invloed kan zijn op het logopedisch probleem. En terwijl ik een boek zocht waarvan ik zeker wist dat ik het had viel mijn oog op de rug van een groene klapper. Nou staan er veel klappers. In alle kleuren. De meeste A4 formaat. Maar deze was de helft zo groot. Geen tekst op de rug. Ik herkende de klapper niet. Werd nieuwsgierig. Misschien nog iets van één van mijn kinderen. En toen ik keek wat erin zat was ik helemaal ontroerd. Deze klapper is al heel oud. Van ver voor ik afstudeerde. Maar gaat helemaal over logopedie. Ik was ineens helemaal terug in de tijd. Toen het heel moeilijk was om een plaats te krijgen op een opleiding. Eerst wilde ik mijn HBS-diploma halen. Daarna zou ik me wel aanmelden voor logopedie. Vergeet het maar. Een half jaar later kon ik terugkomen en een selectieprocedure ondergaan. Dat duurde me te lang. En toen ik me aanmeldde in België kon ik dáár wel in dat jaar beginnen. Maar de verleiding van het uitgaansleven in dat eerste jaar was zó groot dat er van studeren onvoldoende terecht kwam. Na dat jaar terug in Nederland was de inschrijving voor de opleidingen opnieuw gesloten. Wat nu. Ik wilde toch écht de opleiding logopedie gaan volgen. In september meldde ik me al aan voor het jaar erna. Om niet niets te doen ging ik de horeca in. Maar dat bleek niet zo’n succes. Als uit de hemel gevallen kreeg ik na korte tijd het aanbod als assistente van een logopedist te gaan werken. Logopedisten waren schaars begin jaren 70. Er was een vacature in de instelling voor kinderen met een verstandelijke handicap in het dorp waar ik woonde. Die kon niet worden vervuld. Ik had het geluk van een behoorlijke theoretische logopedische kennis. En ik zou gaan werken onder supervisie. Mooier dan dit aanbod kon natuurlijk niet en ik nam het met beide handen aan. En die klapper, die gaat helemaal over die tijd. Over die baan. Observaties van spraak en taal en gedrag bij verschillende kinderen, uitgewerkt, uitgetypt, over een periode van acht tot negen maanden. Ik kan me sommige dingen zelfs nog herinneren. Toch blij dat ik niet álles weg gedaan heb.
Marianne van der Heijden
 |