 Iedere student kent het. Er komt een moment in je leven dat je omgeving je niet meer volgt. Dat je iets roept en dat de mensen je aankijken met een hoofd dat haast letterlijk in een vraagteken lijkt te veranderen.
Je bent aan het studeren en iedereen die met je mee studeert leert hetzelfde. Nou ja, niet helemaal iedereen, maar goed. De meesten studeren wel in hetzelfde tempo en ongemerkt krijg je er een hele taal bij. Allemaal vaktermen die je eerst niet kende vliegen je iedere dag om de oren. Je begint met elkaar in vaktermen te spreken en grapjes te maken.
En dat is allemaal heel gewoon, denk je.
Totdat je op een verjaardag wat probeert uit te leggen en je het goede Nederlandse woord niet kunt vinden. Of aan de keukentafel een verhaal wil vertellen dat zonder de goede achtergrondkennis lang zo grappig niet is. Meestal ben ik me wel bewust van dit verschil in kennis en vooral het verschil in woordgebruik. Alleen soms, heel soms vergeet ik het even.
Ik stond in de keuken bij m’n ouders. Na het eten stond ik nog even met m’n broertje te kletsen, die net vijftien is geworden. Ik stelde hem een vraag en het antwoord was: “Soms”. Niet gewoon soms, maar soms met een ontzettend fluitende ‘s’ aan het begin. Ik hoorde het mezelf zeggen: “Hé, je hebt een stridens!” (afwijkende fluitende ‘s’). Met als antwoord van hem, terwijl hij me aankeek alsof ik nu wel helemaal gek moest zijn geworden,: “Huh, wat? Een streetdance?”.
Adinda Lont
 |
Zeer grote artikelen.
xl pharmacy