De vakantieperiode is weer aangebroken. Veel kinderen zijn op vakantie, dus het is rustiger in de praktijk en op het dagverblijf waar ik werk… Zou je denken.
In de vakantieperiode zijn er inderdaad minder behandeling, maar er blijkt opeens net zoveel werkt te zijn als in de regulier werkweken. Opeens doemt daar de berg achterstallige administratie op. ‘De berg’ die al een hele tijd ligt te wachten, maar die door de drukte steeds geen prioriteit had. Nu is er tijd voor. Maar administratief werk is niet mijn hobby, kan ik u melden. Ik zie dan ook als een berg tegen ‘de berg’ op. Alle andere werkzaamheden die als uitstelexcuus kunnen worden gebruikt, krijgen voorrang: de praktijk eens een echt goede poetsbeurt geven, behandelmateriaal uitzoeken op wat weg kan, de praktijkinrichting kritisch bekijken, overleg met medewerkers, enzovoort.
Daarnaast is de ‘rustige’ periode een mooie periode om uitgebreid kinderen, die niet op vakantie zijn, te hertesten. Nu is er ruimte om ze 2 keer per week in te plannen, zodat de testbatterij sneller afgenomen is. Helaas betekent dit ook dat er dan onderzoeksverslagen moeten worden geschreven.
Op het dagverblijf liggen veel vragen voor onderzoek, observatie en advies. Mijn rooster zit doorgaans bomvol (dat herkent iedereen die in de gehandicaptenzorg werkt ongetwijfeld). Gelukkig is daar de vakantieperiode en is ook hier tijd voor. Al met al ben ik in de vakantie zeker net zo druk als in de rest van het jaar, zo niet drukker. In die 6 weken wil je uiteindelijk toch alle vragen en taken die zijn blijven liggen wegwerken.
De extra taken zijn in gang gezet, mijn werk voor deze week is klaar (behalve dan ‘de berg’). Als laatste uitstelpoging had ik opeens inspiratie voor deze column, maar alles wat ik kwijt wilde staat nu op papier.
Nu is alles echt gedaan en ga ik mij storten op die berg…
Liesbeth Verkade
 |